|
AFDELING BEDRIJFSWERKZAAMHEDEN |
|
|
L123 |
Weigering van de aanvraag voor een merk van de Europese Unie (artikel 7 UMV en regel 11, lid 3 UMUV)
Alicante, 11/11/2016
BUREAU M.F.J. BOCKSTAEL NV
Arenbergstraat 13
B-2000 Antwerpen
BÉLGICA
Aanvraagnr.: |
015321904 |
Uw kenmerk: |
26304-EU-C_NB/co |
Benaming van het merk: |
MINI-TABLET FINEST BELGIAN CHOCOLATE |
Merksoort: |
Beeldmerk |
Aanvrager: |
Paul DAEMS Ericalaan 4 B-2930 Brasschaat BÉLGICA |
Het Bureau heeft op 30/05/2016 ingevolge artikel 7, lid 1, onder b) en c), UMV en artikel 7, lid 2, UMV bedenkingen geuit, aangezien het heeft vastgesteld dat het aangevraagde handelsmerk beschrijvend is en geen onderscheidend vermogen heeft, en wel om de redenen die in bijgevoegde brief zijn uiteengezet.
De aanvrager heeft op 14/07/2016 zijn opmerkingen ingediend, die als volgt kunnen worden samengevat:
De woorden ‘MINI-TABLET FINEST BELGIAN CHOCOLATE’ insinueren weliswaar dat het om een blok chocolade zou gaan, doch zijn deze geenszins uitsluitend beschrijvend maar louter verwijzend. Naar analogie wordt verwezen naar enkele merken die volgens de rechtspraak geldig werden beschouwd; namelijk ‘KINDER’, ‘QUICK’, ‘AFTER DINNER’, ‘ANTI-POEP’, ‘PLAZA’, ‘BIG BAG’ en ‘MINI’.
‘MINI-TABLET’ roept de gedachte aan een kleine mobiele computer op maar het merk is niet gedeponeerd voor computers, dus is het niet beschrijvend.
De rechtspraak heeft uitgewezen dat merken die uit beschrijvende componenten bestaan toch als geheel onderscheidend kunnen zijn, bijvoorbeeld ‘NATUURLIJK GEZOND’ (President Arrondissementsrechtbank Amsterdam, 27/01/1994) en ‘KIJKSHOP’ (Gerechtshof Amsterdam, 30/06/1994).
Ingevolge artikel 75 UMV is het de taak van het Bureau om een beslissing te nemen op basis van redenen of gronden waartegen de aanvrager verweer heeft kunnen voeren.
Na ruime overweging van de argumenten van de aanvrager, heeft het Bureau besloten zijn bedenkingen te handhaven.
Op grond van artikel 7, lid 1, sub c, UMV kunnen ‘merken die uitsluitend bestaan uit tekens of aanduidingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten’ niet worden ingeschreven.
Het is vaste rechtspraak dat de in artikel 7, lid 1, UMV vermelde weigeringsgronden onafhankelijk zijn en een afzonderlijk onderzoek vereisen. Voorts moeten deze weigeringsgronden worden uitgelegd tegen de achtergrond van het algemeen belang dat aan elk ervan ten grondslag ligt. Het algemeen belang dat in aanmerking wordt genomen, moet andere overwegingen weerspiegelen naargelang van de betrokken weigeringsgrond (16/09/2004, C‑329/02 P, SAT/2, EU:C:2004:532, § 25).
Met het verbod op inschrijving van dergelijke tekens of aanduidingen als merk van de Europese Unie streeft artikel 7, lid 1, sub c, UMV
een doel van algemeen belang na, inhoudend dat tekens of benamingen die de kenmerken van waren of diensten beschrijven waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd, door eenieder vrij moeten kunnen worden gebruikt. Deze bepaling belet derhalve dat die tekens of benamingen op grond van hun inschrijving als merk aan een enkele onderneming worden voorbehouden.
(23/10/2003, C‑191/01 P, Doublemint, EU:C:2003:579, § 31).
‘De tekens en aanduidingen waarop artikel 7, lid 1, sub c, UMV doelt, zijn die welke in het normale gebruik uit het oogpunt van de verbruiker kunnen dienen ter aanduiding, hetzij rechtstreeks, hetzij door vermelding van een van de essentiële eigenschappen ervan, van waren of diensten als die waarvoor de inschrijving is aangevraagd’ (26/11/2003, T‑222/02, Robotunits, EU:T:2003:315, § 34).
Het argument van de aanvrager dat het merk niet uitsluitend beschrijvend is kan niet aanvaard worden. De relevante consument zal de woorden van het merk waarnemen als ‘kleine platte blok kwalitatieve Belgische chocolade’. Het merk deelt als zodanig duidelijke, rechtstreekse informatie over de soort, de kwaliteit, de hoeveelheid, of andere kenmerken zoals het onderwerp, van de betrokken waren en diensten.
Wat betreft de door de aanvrager aangehaalde vergelijkbare merken die werden geregistreerd (zonder verdere specifieke details zoals territorium, registratienummers, etc), is het voldoende om op te merken dat volgens de vaste rechtspraak beslissingen ter zake van de inschrijving van een teken als merk van de Europese Unie op een gebonden en niet op een discretionaire bevoegdheid berusten.‑ De vraag of een teken als merk van de Europese Unie kan worden ingeschreven moet derhalve alleen op basis van de UMV, zoals uitgelegd door de rechter van de Unie, worden beoordeeld en niet op basis van een eerdere praktijk van het Bureau (15/09/2005, C‑37/03 P, BioID, EU:C:2005:547, § 47; en 09/10/2002, T‑36/01, Glass pattern, EU:T:2002:245, § 35).
‘Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat de eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling te verenigen moet zijn met de eerbiediging van het legaliteitsbeginsel, dat meebrengt dat niemand zich ten eigen voordele kan beroepen op een onwettigheid waarvan anderen hebben kunnen profiteren’ (27/02/2002, T‑106/00, Streamserve, EU:T:2002:43, § 67).
Hoe dan ook, er kan opgemerkt worden dat de merken aangehaald door de aanvrager niet vergelijkbaar zijn met het merk ‘‘MINI-TABLET FINEST BELGIAN CHOCOLATE’. Terwijl de link tussen de aangehaalde merken en de desbetreffende waren/diensten niet voldoende direct en duidelijk lijkt, heeft het aangevraagde merk wel degelijk duidelijke en rechtstreekse informatie met betrekking tot de relevante waren en diensten.
2. Volgens de aanvrager roepen de woorden ‘MINI-TABLET’ de gedachte aan een kleine mobiele computer op terwijl het merk niet gedeponeerd werd voor computers. Het feit dat een woord meerdere betekenissen kan hebben is echter niet relevant.
Voor een weigering van inschrijving op grond van artikel 7, lid 1, sub c, UMV
is het niet noodzakelijk dat de in dat artikel bedoelde tekens en aanduidingen waaruit het merk is samengesteld, op het moment van de inschrijvingsaanvraag daadwerkelijk worden gebruikt voor de beschrijving van waren of diensten als die waarvoor de aanvraag is ingediend, of van kenmerken van deze waren of deze diensten. Zoals uit de formulering van deze bepaling blijkt, is het voldoende dat deze tekens en aanduidingen hiertoe kunnen dienen. De inschrijving van een woord als merk moet dan ook op grond van deze bepaling worden geweigerd indien het in minstens één van de potentiële betekenissen een kenmerk van de betrokken waren of diensten aanduidt.
(23/10/2003, C‑191/01 P, Doublemint, EU:C:2003:579, § 32, de onderstreping is toegevoegd.)
3. De aanvrager verwijst naar twee nationale beslissingen uit Nederland om aan te tonen dat merken die uit beschrijvende componenten bestaan toch als geheel onderscheidend kunnen zijn. Eerst en vooral dient opgemerkt te worden dat beslissingen van nationale rechtbanken of administraties niet bindend zijn voor het Bureau. Verder zijn de aangehaalde merken geenszins vergelijkbaar met het aangevraagde merk gezien ‘MINI-TABLET FINEST BELGIAN CHOCOLATE’ geen ongebruikelijke combinatie vormt.
Om de hierboven uiteengezette redenen en ingevolge artikel 7, lid 1, onder b) en c), UMV en artikel 7, lid 2, UMV wordt de aanvraag van merk van de Europese Unie nr. 15 321 904 hierbij verworpen voor de volgende waren en diensten:
Klasse 30 Chocolade; suikervrije en suikerarme chocolade; chocoladewaren; biscuits, banketbakkers- en suikerbakkerswaren, koekjes met chocolade, biscuits met chocolade; pralines, bonbons, zeevruchten, truffels.
Klasse 35 Zakelijke bemiddeling bij de groothandel in chocolade, chocoladewaren, biscuits, koekjes, biscuits, koekjes met chocolade, pralines, bonbons, zeevruchten, truffels; detailhandelsdiensten te behoeve van chocolade, chocoladewaren, biscuits, koekjes, biscuits, koekjes met chocolade, pralines, bonbons, zeevruchten en truffels, voornoemde diensten al dan niet online te verlenen; zakelijke bemiddeling bij de verkoop via online verbindingen met betrekking tot chocolade, chocoladewaren, biscuits, koekjes, biscuits, koekjes met chocolade, pralines, bonbons, zeevruchten, truffels.
De aanvraag kan voor de overige diensten worden voortgezet.
Uit hoofde van artikel 59, UMV hebt u het recht tegen dit besluit in beroep te gaan. Krachtens artikel 60, UMV moet het beroep binnen twee maanden na de dag waarop deze beslissing is meegedeeld schriftelijk bij het Bureau worden ingesteld. Het wordt ingesteld in de procestaal van de bestreden beslissing. Een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep moet binnen vier maanden na diezelfde datum worden ingediend. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks van 720 EUR is betaald.
Saida CRABBE