|
AFDELING BEDRIJFSWERKZAAMHEDEN |
|
|
L123 |
Weigering van de aanvraag voor een merk van de Europese Unie (artikel 7 UMV en regel 11, lid 3 UMUV)
Alicante, 15/06/2016
ARNOLD & SIEDSMA
Postbus 18558
2502 EN Den Haag
PAÍSES BAJOS
Aanvraagnr.: |
015069313 |
Uw kenmerk: |
3E/TU30/17EM/SVnr |
Benaming van het merk: |
Tomorrow's kitchen |
Merksoort: |
Beeldmerk |
Aanvrager: |
Vacu-Vin Innovations Ltd. Groothandelsweg 1 NL-2645 EH DELFGAUW PAÍSES BAJOS |
Het Bureau heeft op 15/02/2016 ingevolge artikel 7, lid 1, onder b), UMV en artikel 7, lid 2, UMV bedenkingen geuit, aangezien het heeft vastgesteld dat het aangevraagde handelsmerk geen onderscheidend vermogen heeft, en wel om de redenen die in bijgevoegde brief zijn uiteengezet.
De aanvrager heeft op 14/04/2016 zijn opmerkingen ingediend, die als volgt kunnen worden samengevat:
1- De specifieke kleur blauw is zeer onderscheidend.
2- Aan keukenaccessoires in de klassen 7, 8, 21 wordt meestal de kleur rood aangebracht.
3- Het beeldmerk – een tekstballon- is onderscheidend.
4- ´Tomorrow's Food & Restaurant´ met aanvraag nummer 014940639 is door het Bureau ingescheven.
Ingevolge artikel 75 UMV is het de taak van het Bureau om een beslissing te nemen op basis van redenen of gronden waartegen de aanvrager verweer heeft kunnen voeren.
Na ruime overweging van de argumenten van de aanvrager, heeft het Bureau besloten zijn bedenkingen te handhaven.
Algemene overwegingen
Op grond van artikel 7, lid 1, sub b, UMV kunnen ‘merken die elk onderscheidend vermogen missen’ niet worden ingeschreven.
Het is vaste rechtspraak dat de in artikel 7, lid 1, UMV vermelde weigeringsgronden onafhankelijk zijn en een afzonderlijk onderzoek vereisen. Voorts moeten deze weigeringsgronden worden uitgelegd tegen de achtergrond van het algemeen belang dat aan elk ervan ten grondslag ligt. Het algemeen belang dat in aanmerking wordt genomen, moet andere overwegingen weerspiegelen naargelang van de betrokken weigeringsgrond (16/09/2004, C‑329/02 P, SAT/2, EU:C:2004:532, § 25).
Onder artikel 7, lid 1, sub b, UMV vallen met name die merken die het relevante publiek niet in staat stellen om bij een latere aankoop van de betreffende goederen of diensten de aankoopkeuze te herhalen, indien de ervaring positief was, of in geval van een negatieve ervaring, een andere keuze te maken (27/02/2002, T‑79/00, Lite, EU:T:2002:42, § 26).
Specifieke overwerwegingen met betrekking tot de opmerkingen van de aanvraager
1- De specifieke kleur blauw is zeer onderscheidend.
De kleur blauw is een basis kleur. Het Bureau ziet niet in wat er specifiek zou zijn aan de gekozen kleur blauw, die nauwelijks afwijkt van wat de consument normaliter van een blauwe kleur zou verwachten.
Een kleur heeft als zodanig normaliter niet de wezenlijke eigenschap om de waren van een bepaalde onderneming te onderscheiden. Afzonderlijke kleuren hebben daarom geen onderscheidend vermogen voor waren en diensten, behalve onder zeer bijzondere voorwaarden.
Deze zeer bijzondere voorwaarden houden in dat de aanvrager aantoont dat het merk met betrekking tot deze specifieke waren uiterst ongebruikelijk of treffend is. Aan deze voorwaarden zal slechts zeer zelden worden voldaan, bijvoorbeeld in het geval van de kleur zwart voor melk. Volgens het Hof is een monopolie op een afzonderlijke kleur in strijd met het openbaar belang, ongeacht of het desbetreffende belang beperkt is tot een zeer specifiek marktsegment (zie het arrest van 13/09/2010 in zaak T-97/08, ‘Shade of orange’, punten 44-47).
2- Aan keukenaccessoires in de klassen 7, 8, 21 wordt meestal de kleur rood aangebracht.
De aanvraager heeft een aantal voorbelden van merken van concurrenten die de kleur rood gebruiken naar voren gebracht.
Ten eerste valt op dat deze merken allemaal onderscheidende woorden en/of beeld elementen bevatten.
Ten tweede bestaan keuken accessoires meestal uit roestvrij staal en zijn zilver gekleurd.
Laatst, het gebruik van andere kleuren toegepast op keukenaccessoires heeft enkel decoratieve doeleinden.
3- Het beeldmerk – een tekstballon- is onderscheidend.
Het Bureau refereert naar de Gemeenschappelijke mededeling over de gemeenschappelijke praktijk van onderscheidend vermogen - beeldmerken met beschrijvende/niet-onderscheidende woorden, van 2 oktober 2015.
In deze mededeling zijn de participanten – onder andere- de volgende criteria overeengekomen:
a. In het algemeen komen beschrijvende/niet-onderscheidende woordelementen die worden weergegeven in een algemeen of gebruikelijk lettertype, opschriften of scriptlettertypen - met of zonder typografische effecten (vet, cursief) - niet in aanmerking voor inschrijving.
b. De loutere 'toevoeging' van één enkele kleur aan een beschrijvend/niet-onderscheidend woordelement, hetzij aan de letters zelf hetzij als achtergrond, volstaat niet om het merk onderscheidend vermogen te verlenen.
? Kleuren worden veelvuldig gebruikt in het handelsverkeer, maar dit wordt niet gezien als een aanduiding van herkomst. Het kan echter niet worden uitgesloten dat een bijzondere, ongebruikelijke kleurschikking die de consument gemakkelijk onthoudt, een merk onderscheidend vermogen verleent.
c. In het algemeen volstaat het feit dat de woordelementen verticaal, ondersteboven of op een of meerdere regels zijn gerangschikt niet om het teken het minimum aan onderscheidend vermogen te verlenen dat voor inschrijving vereist is.
d. Beschrijvende of niet-onderscheidende woordelementen die worden gecombineerd met eenvoudige geometrische vormen zoals punten, lijnen, lijnstukken, cirkels, driehoeken, vierkanten, rechthoeken, parallellogrammen, vijfhoeken, zeshoeken, trapezia en ellipsen, worden waarschijnlijk niet geaccepteerd, met name niet wanneer deze vormen als kader of rand worden gebruikt.
e. In het algemeen levert een combinatie van beeld- en woordelementen die afzonderlijk genomen geen onderscheidend vermogen bezitten, geen merk met onderscheidend vermogen op.
Gezien bovenvermelde bevindingen, is het duidelijk dat het aangevraagde merk geen enkel figuratief element bevat dat onderscheidend is.
4- ´Tomorrow's Food & Restaurant´ met aanvraag nummer 014940639 is door het Bureau ingescheven.
‘Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat de eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling te verenigen moet zijn met de eerbiediging van het legaliteitsbeginsel, dat meebrengt dat niemand zich ten eigen voordele kan beroepen op een onwettigheid waarvan anderen hebben kunnen profiteren’ (27/02/2002, T‑106/00, Streamserve, EU:T:2002:43, § 67).
Om de hierboven uiteengezette redenen en ingevolge artikel 7, lid 1, onder b), UMV en artikel 7, lid 2, UMV wordt de aanvraag van merk van de Europese Unie nr. 015069313 hierbij verworpen voor alle waren.
Uit hoofde van artikel 59, UMV hebt u het recht tegen dit besluit in beroep te gaan. Krachtens artikel 60, UMV moet het beroep binnen twee maanden na de dag waarop deze beslissing is meegedeeld schriftelijk bij het Bureau worden ingesteld. Het wordt ingesteld in de procestaal van de bestreden beslissing. Een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep moet binnen vier maanden na diezelfde datum worden ingediend. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks van 720 EUR is betaald.
Jean Marc SCHULLER