AFDELING BEDRIJFSWERKZAAMHEDEN



L123


Weigering van de aanvraag voor een merk van de Europese Unie

(artikel 7 en artikel 42, lid 2 UMV)




Alicante, 11/12/2017


Algemeen Octrooi- en Merkenbureau B.V.

P.O. Box 645

NL-5600 AP Eindhoven

NEDERLAND


Aanvraagnr.:

016935215

Uw kenmerk:

72014EU/MVK/lkr

Benaming van het merk:

QuickHeat-Floor

Merksoort:

Beeldmerk

Aanvrager:

Speedheat Nederland B.V.

Dr. Huizingastraat 28

NL-4507 AB Schoondijke

NEDERLAND



Het Bureau heeft op 13/07/2017 ingevolge artikel 7, lid 1, onder b) en c), UMV en artikel 7, lid 2, UMV bedenkingen geuit, aangezien het heeft vastgesteld dat het aangevraagde handelsmerk beschrijvend is en geen onderscheidend vermogen heeft, en wel om de redenen die in bijgevoegde brief zijn uiteengezet.


De aanvrager heeft, na uitstel van termijn, op 20/11/2017 zijn opmerkingen ingediend, die als volgt kunnen worden samengevat:


  • De beeldelementen van het merk zijn meer dan minimaal en zeker voldoende om het merk onderscheidend vermogen te geven. Alle beeldelementen zijn zodanig gerangschikt dat de gemiddelde consument zijn aandacht op de rangschikking van de beeldelementen richt en niet onmiddellijk de semi-beschrijvende boodschap opneemt.


  • De term “QUICKHEAT-FLOOR” is niet gangbaar op de relevante markt. Deze specifieke combinatie van woorden dient derhalve niet voor iedereen vrij beschikbaar te zijn. Verder is het woord “QUICKHEAT-FLOOR” in geen enkel woordenboek opgenomen en in geen enkele taal algemeen gebruikelijk.


  • De deposant wijst op het grote aantal Uniemerken dat door het Bureau is aanvaard en ingeschreven (zonder verkregen onderscheidend vermogen middels gebruik) waarvan sommige zelfs minder dan drie (of uitsluitend beschrijvende) beeldelementen hebben.


  • Deposant verzoekt het Bureau de voorlopige weigering met betrekking tot het aangevraagde teken in te trekken en het merk in zijn geheel te aanvaarden en in te schrijven.


Ingevolge artikel 94 UMV is het de taak van het Bureau om een beslissing te nemen op basis van redenen of gronden waartegen de aanvrager verweer heeft kunnen voeren.


Na ruime overweging van de argumenten van de aanvrager, heeft het Bureau besloten zijn bedenkingen te handhaven.


Op grond van artikel 7, lid 1, sub c, UMV kunnen ‘merken die uitsluitend bestaan uit tekens of aanduidingen die in de handel kunnen dienen tot aanduiding van soort, kwaliteit, hoeveelheid, bestemming, waarde, plaats van herkomst, tijdstip van vervaardiging van de waren of verrichting van de dienst of andere kenmerken van de waren of diensten’ niet worden ingeschreven.


Het is vaste rechtspraak dat de in artikel 7, lid 1, UMV vermelde weigeringsgronden onafhankelijk zijn en een afzonderlijk onderzoek vereisen. Voorts moeten deze weigeringsgronden worden uitgelegd tegen de achtergrond van het algemeen belang dat aan elk ervan ten grondslag ligt. Het algemeen belang dat in aanmerking wordt genomen, moet andere overwegingen weerspiegelen naargelang van de betrokken weigeringsgrond (16/09/2004, C‑329/02 P, SAT/2, EU:C:2004:532, § 25).


Met het verbod op inschrijving van dergelijke tekens of aanduidingen als merk van de Europese Unie streeft artikel 7, lid 1, sub c, UMV een doel van algemeen belang na, inhoudend dat tekens of benamingen die de kenmerken van waren of diensten beschrijven waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd, door eenieder vrij moeten kunnen worden gebruikt. Deze bepaling belet derhalve dat die tekens of benamingen op grond van hun inschrijving als merk aan een enkele onderneming worden voorbehouden. (23/10/2003, C‑191/01 P, Doublemint, EU:C:2003:579, § 31).


De tekens en aanduidingen waarop artikel 7, lid 1, sub c, UMV doelt, zijn die welke in het normale gebruik uit het oogpunt van de verbruiker kunnen dienen ter aanduiding, hetzij rechtstreeks, hetzij door vermelding van een van de essentiële eigenschappen ervan, van waren of diensten als die waarvoor de inschrijving is aangevraagd’ (26/11/2003, T‑222/02, Robotunits, EU:T:2003:315, § 34).


Op grond van artikel 7, lid 1, sub b, UMV kunnen ‘merken die elk onderscheidend vermogen missen’ niet worden ingeschreven.


Het is vaste rechtspraak dat de in artikel 7, lid 1, UMV vermelde weigeringsgronden onafhankelijk zijn en een afzonderlijk onderzoek vereisen. Voorts moeten deze weigeringsgronden worden uitgelegd tegen de achtergrond van het algemeen belang dat aan elk ervan ten grondslag ligt. Het algemeen belang dat in aanmerking wordt genomen, moet andere overwegingen weerspiegelen naargelang van de betrokken weigeringsgrond (16/09/2004, C 329/02 P, SAT/2, EU:C:2004:532, § 25).


Onder artikel 7, lid 1, sub b, UMV vallen met name die merken die het relevante publiek niet in staat stellen om bij een latere aankoop van de betreffende goederen of diensten de aankoopkeuze te herhalen, indien de ervaring positief was, of in geval van een negatieve ervaring, een andere keuze te maken (27/02/2002, T 79/00, Lite, EU:T:2002:42, § 26). Dit is inter alia het geval met tekens die gewoonlijk voor het op de markt brengen van de betrokken waren of diensten worden gebruikt (arrest van 15/09/2005, T 320/03, Live richly, EU:T:2005:325, § 65).


Aanvraagster verzoekt inschrijving van het teken voor de navolgende waren in Klasse 6: “leidingen van metaal voor verwarmingen; metalen vloeren”, Klasse 11: “verwarmingsapparaten en verwamingsinstallaties; vloerverwarming; radiatoren voor verwarming; ketels voor verwarming” en klasse 37: “aanleggen, installeren, onderhouden, repareren, monteren en renoveren van verwarmingsinstallaties, vloerverwarming en vloerbedekking; advisering inzake voornoemde diensten”.


De betwiste waren en diensten zijn deels bestemd voor alledaagse (massa)consumptie en deels gespecialiseerde diensten die bedoeld zijn voor zowel de gemiddelde consument als voor vakmensen (zie, inter alia, met betrekking tot klasse 35: 21/03/2013, T-353/11, eventer Event Management Systems, EU:T:2013:147, § 31; klasse 41: 17/11/2009, T-473/08, Thinking ahead, EU:T:2009:442, § 29; 26/11/2015, T-181/14, Nordschleife, EU:T:2015:889 § 20; klasse 42: 17/03/2017, T-276/15, e, EU:T:2017:163, § 19).


Aangezien het teken, alvast wat betreft de woordelementen, bestaat uit betekenisvolle woorden in het Engels, is het relevante publiek in ieder geval het Engelssprekende publiek in de Europese Unie, dat bestaat uit het publiek in de EU-Lidstaten met Engels als officiële taal, namelijk Ierland, Malta en het Verenigd Koninkrijk.


Daarenboven kan het worden aangenomen dat het teken een betekenis heeft, niet alleen voor het publiek wiens moedertaal Engels is, maar ook voor diegenen die een voldoende kennis van het Engels hebben. Een algemeen bekende kennis van het Engels in de Scandinavische landen, Nederland en Finland is een bekend feit. Dit geldt ook voor Cyprus (09/12/2010, T-307/09, Naturally active, EU:T:2010:509, § 26-27; 22/05/2012, T-60/11, Suisse Premium, EU:T:2012:252, § 50). Althans een basiskennis van het Engels kan tevens worden aangenomen voor een aanzienlijk deel van het Portugese publiek (16/01/2014, T-528/11, Forever, EU:T:2014:10, § 68).


Derhalve kan ervan worden uitgegaan dat het relevante publiek bestaat uit een aanzienlijk deel van het publiek in het Europese Unie.


H et aangevraagde teken bestaat zowel uit woord- als beeldelementen, namelijk: QUICK HEAT - FLOOR in een gangbaar gestileerd lettertype in verschillende formaten en uitlijning, in de kleuren paars en groen.


De aanvrager voert aan dat de term “QUICKHEAT-FLOOR” niet gangbaar is op de relevante markt. Dat deze specifieke combinatie van woorden derhalve niet voor iedereen vrij beschikbaar dient te zijn en dat het woord “QUICKHEAT-FLOOR” in geen enkel woordenboek opgenomen is en in geen enkele taal algemeen gebruikelijk is.


Voor een weigering van inschrijving op grond van artikel 7, lid 1, sub c, UMV is het niet noodzakelijk dat de in dat artikel bedoelde tekens en aanduidingen waaruit het merk is samengesteld, op het moment van de inschrijvingsaanvraag daadwerkelijk worden gebruikt voor de beschrijving van waren of diensten als die waarvoor de aanvraag is ingediend, of van kenmerken van deze waren of deze diensten. Zoals uit de formulering van deze bepaling blijkt, is het voldoende dat deze tekens en aanduidingen hiertoe kunnen dienen. De inschrijving van een woord als merk moet dan ook op grond van deze bepaling worden geweigerd indien het in minstens één van de potentiële betekenissen een kenmerk van de betrokken waren of diensten aanduidt. (23/10/2003, C‑191/01 P, Doublemint, EU:C:2003:579, § 32, de onderstreping is toegevoegd.)


Wat betreft het argument van de aanvrager dat derden en in het bijzonder zijn concurrenten het betrokken teken niet nodig hebben ter aanduiding van de in de aanvraag bedoelde waren of diensten, zij opgemerkt dat de toepassing van artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 89/104/EEG, dat overeenkomt met artikel 7, lid 1, onder c), UMV, niet afhangt van het bestaan van een concrete, actuele en ernstige vrijhoudingsbehoefte. (27/02/2002, T 106/00, Streamserve, EU:T:2002:43, § 39).


In dit geval is de betekenis van de term QUICK HEAT - FLOOR direct beschrijvend voor de aangevraagde waren, namelijk dat de vloer snel opwarmt of dat de installaties en hun onderdelen snel de ruimte verwarmt via de vloer. De diensten betreffen de aanleg, onderhoud en reparatie van dergelijke vloerverwarmingssystemen en hun onderdelen.


De term QUICK HEAT - FLOOR zal ook door het relevante publiek in verband met de onderhavige waren en diensten, opgevat worden als een aanprijzende promotionele boodschap namelijk dat de vloeren of vloerverwarmingssystemen snel opwarmen of op die manier de ruimten snel verwarmen.


Er is niets in de aanduiding QUICK HEAT - FLOOR aanwezig dat een mentaal proces bij de consument op gang brengt, dat kan worden opgevat als een kwinkslag of een dubbelzinnige boodschap. Het Bureau stelt dan ook vast dat het begrip QUICK HEAT - FLOOR dient te kunnen worden gebruikt door welke onderneming dan ook om hun waren op de markt te brengen en diensten aan te bieden en het is niet geschikt om de aangeboden waren en diensten als afkomstig van één onderneming te onderscheiden van die van andere ondernemingen.


Dit wordt onderschreven in het volgende arrest: “Het is … irrelevant of de kenmerken van de waren of diensten die kunnen worden beschreven, commercieel essentieel dan wel bijkomstig zijn. De formulering van artikel 7, lid 1, sub c, UMV maakt immers geen onderscheid naar de kenmerken waarop kan worden gewezen door de tekens of benamingen waaruit het merk bestaat. In het licht van het aan deze bepaling ten grondslag liggende algemeen belang moet elke onderneming werkelijk ongestoord gebruik kunnen maken van dergelijke tekens of benamingen ter beschrijving van welk kenmerk van haar eigen waren dan ook, ongeacht het commercieel belang”. (12/02/2004, C‑363/99, Postkantoor, EU:C:2004:86, § 102).


Voor de beoordeling van het beschrijvend karakter van het teken in kwestie is de doorslaggevende vraag dus of de beeldelementen vanuit het perspectief van het relevante publiek de betekenis van het merk ten opzichte van de betrokken waren en diensten veranderen (18/10/2016, T-776/15, MEISSEN KERAMIK, EU:T:2016:617, § 32).


In dit verband moet eraan herinnerd worden dat een beeldmerk kan geweigerd worden als het zowel beschrijvende als niet-beschrijvende elementen bevat, als deze laatste niet in staat zijn om de aandacht van het publiek af te leiden van de beschrijvende boodschap van de beschrijvende elementen (14/01/2016, T-318/15, TRIPLE BONUS, EU:T:2016:1, § 31).


Ten eerste moet worden opgemerkt dat een grafische stijl, zelfs als het bepaalde specifieke eigenschappen heeft, alleen als een onderscheidend figuratief element kan worden beschouwd als het een onmiddellijke en blijvende indruk kan overbrengen die de leden van het relevante publiek kunnen behouden, waardoor ze mogelijk zijn de diensten van de aanvraagster te onderscheiden van die van de andere ondernemingen op de markt (27/10/2016, T-37/16, CAFFÈ NERO (fig.), EU:T:2016:634, § 42). Dit is echter niet het geval met het lettertype, de positie van de woorden en de kleuren van het teken in kwestie.


Wat betreft de lettertypes is het Bureau van mening de woorden ‘QUICK HEAT - FLOOR’, in de weergegeven lettertype dermate gebruikelijk is dat van onderscheidend vermogen geen sprake kan zijn. De tekst is weergegeven in een duidelijk leesbare lettertype die, ondanks dit ontwerp, niet wezenlijk afwijkt van wat er gebruikelijk is in het aanbod van lettertypes waarmee een algemeen publiek wordt geconfronteerd en deze weergave zal de boodscap van ‘QUICK HEAT - FLOOR’ in het geheel niet veranderen of er iets ongebruikelijks aan toevoegen. Voor het algemene publiek die niet de gewoonte heeft om een teken uitgebreid en in detail te analyseren zal het lettertype er gewoon een zijn zoals vele andere lettertypen. In het onderhavige geval is de consument niet in staat om de oorsprong van de waren en diensten vast te stellen op basis van een combinatie van eenvoudige en gangbare lettertypes.


Het is gemeengoed in de handel om beschrijvende termen in kleur of in een bijzondere grafische weergave te presenteren. Ook termen die op de verpakking van de goederen zijn aangebracht in een oogstrelende of aandachtopeisende wijze blijven beschrijvend van aard. Dus het eenvoudigweg weergeven van een beschrijvende aanduiding in paars en groen gekleurde letters van een gangbaar lettertype, zal het merk niet een onderscheidend vermogen verschaffen.


Daarom is het betrokken teken niet onmiddellijk op te vatten als een aanduiding van de commerciële herkomst van de goederen en technische diensten en kan de consument het teken niet met goederen en diensten van een bepaalde ondernemer in verband brengen, zodat het aangevraagde teken niet kan voldoen aan de wezenlijke functie van het merk, namelijk de herkomst van de waren en diensten van het merk te identificeren.


Wat betreft het argument van de aanvrager dat een aantal vergelijkbare inschrijvingen door het EUIPO zijn aanvaard, is het voldoende om op te merken dat volgens de vaste rechtspraak beslissingen ter zake van de inschrijving van een teken als merk van de Europese Unie op een gebonden en niet op een discretionaire bevoegdheid berusten.‑ De vraag of een teken als merk van de Europese Unie kan worden ingeschreven moet derhalve alleen op basis van de UMV, zoals uitgelegd door de rechter van de Unie, worden beoordeeld en niet op basis van een eerdere praktijk van het Bureau (15/09/2005, C‑37/03 P, BioID, EU:C:2005:547, § 47; en 09/10/2002, T‑36/01, Glass pattern, EU:T:2002:245, § 35). Daarnaast zijn de genoemde merkinschrijvingen op het eerste gezicht niet of niet geheel vergelijkbaar met de onderhavige merkaanvraag, omdat zij zijn geregistreerd voor andere waren of diensten, of omdat zij geheel andere beeldelementen combineren met een woordelement of zelfs geheel afwijkende woordelementen.


Uit de rechtspraak van het Hof volgt immers dat de eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling te verenigen moet zijn met de eerbiediging van het legaliteitsbeginsel, dat meebrengt dat niemand zich ten eigen voordele kan beroepen op een onwettigheid waarvan anderen hebben kunnen profiteren’ (27/02/2002, T‑106/00, Streamserve, EU:T:2002:43, § 67).


Om de hierboven uiteengezette redenen en ingevolge artikel 7, lid 1, onder b) en c), UMV en artikel 7, lid 2, UMV wordt de aanvraag van merk van de Europese Unie nr. 16935215 hierbij verworpen voor alle waren en diensten.


Uit hoofde van artikel 67 UMV hebt u het recht tegen dit besluit in beroep te gaan. Krachtens artikel 68 UMV moet het beroep binnen twee maanden na de dag waarop deze beslissing is meegedeeld schriftelijk bij het Bureau worden ingesteld. Het wordt ingesteld in de procestaal van de bestreden beslissing. Een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep moet binnen vier maanden na diezelfde datum worden ingediend. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks van 720 EUR is betaald.





Steven STAM

Avenida de Europa, 4 • E - 03008 • Alicante, Spanje

Tel. +34 965139100 • www.euipo.europa.eu


Latest News

  • FEDERAL CIRCUIT AFFIRMS TTAB DECISION ON REFUSAL
    May 28, 2021

    For the purpose of packaging of finished coils of cable and wire, Reelex Packaging Solutions, Inc. (“Reelex”) filed for the registration of its box designs under International Class 9 at the United States Patent and Trademark Office (“USPTO”).

  • THE FOURTH CIRCUIT DISMISSES NIKE’S APPEAL OVER INJUNCTION
    May 27, 2021

    Fleet Feet Inc, through franchises, company-owned retail stores, and online stores, sells running and fitness merchandise, and has 182 stores, including franchises, nationwide in the US.

  • UNO & UNA | DECISION 2661950
    May 22, 2021

    Marks And Spencer Plc, Waterside House, 35 North Wharf Road, London W2 1NW, United Kingdom, (opponent), represented by Boult Wade Tennant, Verulam Gardens, 70 Grays Inn Road, London WC1X 8BT, United Kingdom (professional representative)